Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

DE MARABOES

Het zou er kunnen zijn, men had hem gewaarschuwd, maar in zijn slaperigheid lette hij niet op wie of wat zich in de duisternis bewoog. Hij was wakker geworden omdat hij moest pissen, maar stelde dat zo lang mogelijk uit. Had een tijdje liggen kijken naar het muggennet, die merkwaardige gevangenis van gaas die moest beschermen tegen malaria. Uiteindelijk was hij er maar onder vandaan gekropen en naar buiten gelopen. Het was nog donker, maar in de verte, waar lager de Nijl stroomde, was een dunne een streep violet licht te zien. Hij keek omhoog. Bovenin de boom naast zijn banda stonden de maraboes. Doodstil, als zwarte standbeelden. In de duisternis klonk het lichte zoemen van een generator. Hij schuifelde over het kampement. De witgeverfde stenen die de paden markeerden, staken als afgebroken kiezen uit de aarde, hier en daar verlicht door de walmende stormlantaarns die aan ijzeren haken voor de tenten en hutten hingen. Slaperig liep hij over het terrein. Het kamp was in rust. In...

VREEMDE GEBEURTENIS

Mijn tante bezit een kleine vrijstaande woning aan de rand van de stad. Van buiten lijkt het een gewoon woonhuis, maar als je door de ramen van de woonkamer naar binnen kijkt, zie je een grote glazen bak staan. Of nee, eigenlijk moet ik zeggen, haar woonkamer is die bak. Haar woonkamer is een terrarium. Ken je die prachtige vazen van de Finse ontwerper Aalto? Nou, precies zo’n terrarium heeft mijn tante. Maar dan een maatje groter dan die vaasjes in de betere woonwinkels natuurlijk, en iets vierkanter ook. In haar terrarium houdt ze twee Komodo-varanen, Anton en Hildegard en boa Alfred van een ruim zes meter lang. Merkwaardig genoeg laten die beesten elkaar geheel met rust. Anton en Hildegard waggelen en huppelen soms wel achter elkaar aan alsof ze iets van plan zijn en als ze in de buurt van Alfred komen lijkt het of hun gespleten tongen wat sneller uit hun bekken naar buiten flitsen, maar dat is ook alles wat je als oppervlakkige waarnemer kunt opmerken. In het midde...

OLIFANTEN ZIJN GEVOELIGE DIEREN

- Kunt u mij helpen? hoorde hij achter zich. Hij draaide zich om en keek in de ogen van een dikke vrouw die vastgeklemd zat in het toegangspoortje. Haar grote plastic boodschappentas stond al achter de doorgang, maar het lukte haar niet zichzelf erdoorheen te wringen. Hij onderdrukte een glimlach, zag haar korte beentjes als in een tekenfilm boven de grond ronddraaien. Het pakje voor zijn kleinkind legde hij op de grond. - Kunt u mij lostrekken? zei de vrouw die wild met haar armen zwaaide alsof ze hem naar zich toe wilde halen. Hij zette een stap in haar richting. - Trekt u maar flink hard. Hij pakte haar kwabbige handen en trok. - Harder, moedigde de vrouw hem aan, - harder. Hij trok stevig, maar was zelf niet groot en zijn vingers verloren houvast  op de zweterige huid van de vrouw. Hij greep haar polsen opnieuw vast en rukte. Ze schoot los. Ze tuimelde over haar boodschappentas het perron op. Bijna plette ze het aardigheidje voor zijn kleinzoon. Het elektronische slag...

JOHN MONTAGUE

Gisteren fietse ik door The Burren, een leeg en kaal, rotsachtig landschap. Typisch zo’n landschap waarin ik mij de personages van Samuel Beckett voorstel. In de zeventiende eeuw zou een generaal van Cromwell gezegd hebben dat hij het een verschrikkelijk landschap vond, er was geen boom te bekennen waaraan je een man kon ophangen. Dat landschap bracht me een gedicht van John Montague te binnen waarvan ik de laatste tijd heb geprobeerd een vertaling te maken. Dat valt niet mee, ook al ziet het er bedrieglijk eenvoudig uit. Toch laat ik het nu los. Ik vind het een mooi gedicht en het past helemaal bij het landschap. Het is trouwens aan Beckett opgedragen. To Cease for Samuel Beckett To cease  to be human To be a rock down which rain pours, a granite jaw slowly discoloured Or a statue sporting a giant’s beard of verdigris or rust in some forgotten village square. A tree worn by the prevailing winds to a diagram of tangled branches: gn...

DOOLIN

Doolin ligt aan de Ierse westkust bij de beroemde Cliffs of Moher. Het is een dorp, dat eigenlijk geen dorp is, het bestaat uit enkele gehuchten, op een paar honderd meter van elkaar en in ieder gehucht zijn enkele pubs, waar eigenlijk iedere avond wel muziek gemaakt wordt. Er is nu een festival waarbij ook ‘s middags wordt opgetreden. En dan vooral bij Gus O’Connors, de beroemdste pub, waar je ook lekker kunt eten. Vanmiddag was ik er voor de tweede keer en ik heb genoten. Er worden met volle overgave Ierse volksliederen gezongen door amateurzangers, ballades over verloren liefdes,  sommige in het Gaelic, waar ook mijn buren niets van verstaan, omdat het er op school uit is geslagen, zegt er een. Andere in dat prachtige wat afgemeten Ierse Engels. En iedereen die zit te luisteren, het cafĂ© zit tsjokvol, geniet met volle teugen. Er is geen enkele gĂȘne, en dat hoeft ook niet, want het is prachtige en authentieke muziek. In Nederland zou hier besmuikt om gelachen worden, dacht ik hee...

IRISH POETRY

Vandaag fietste ik over Valentia Island, waar ik vijfenveertig jaar geleden ook was. Maar ik herinnerde me er niets meer van. Bovendien was het weer niet al te best, en hebben we onze fietstocht, ik was met mijn geliefde, maar wat ingekort, om heerlijk te eraan eten bij The Point, een visrestaurant bij de ferry van Cahirciveen naar Valentia Island. Nu ben ik weer thuis en zit te lezen in het werk van Eavan Boland (1944). Ik ben nogal onder de indruk van haar gedichten en bied je Irish Poetry in mijn vertaling aan. Ik hoop dat je er ook zo van kunt genieten als ik dat gedaan heb. Irish Poetry We always knew there was no Orpheus in Ireland. No music stored at the doors of hell. No god to make it. No wild beasts to weep and to lie down to it. But I remember an evening when the sky was underworld-dark at four, when ice had seized every part of the city and we sat talking - the air making a wreath for our cups of tea. And you began to speak of our own gods. ...

DE VLEERMUIS

Uit Ierland weer een gedicht van de onlangs overleden Matthew Sweeney (1952-2018) THE BAT In through the open French window flew the bat, past my head as I stood peeing into the river that flowed beneath the house which the bat quickly explored, round the barn-sized living-room, up the cracked stairs, two flights to the attic where the kids slept but they wouldn’t tonight, not while the bat stayed. So we opened the skylight, despite the wasp’s nest on the drainpipe, and I stood with a glass of local red wine, calling to the bat, like Dracula, Lovely creature of the night come to me, I am your friend, while it looped the length of the room, with the kids on the stairs, laughing, but not coming in. And it stayed past midnight, till Joan cupped it in her hands and carried it downstairs  to the same French window, where I stood, calling after it, Lovely creature of the night, come back, I miss you, come to me, I am your friend....