Wat is er mooier dan in de duisternis van de avond op een grote veerboot te zitten, op weg naar een Mediterraan eiland, in een van de restaurants, met een lekkere fles Barbera d’Asti voor je, waarin nog een half glas zit en een leeg bord waarvan je zojuist een heerlijke, voor scheepsbegrippen, tagliatelle Bolognese hebt gegeten, terwijl je een boek naast je hebt liggen (Die verschrikkelijke klerezooi in de Via Merulana) waarin net een moord is gepleegd maar waar de dienstdoende inspecteur nog naartoe moet en ondertussen kijk je ook nog naar je medereizigers die met koffers, tassen, een hond met twee verschillend gekleurde ogen voorbij komen en daarna kijk je naar buiten en ziet aan de steeds kleiner wordende lichtjes in de verte dat het vaste land langzaam uit beeld verdwijnt, terwijl diep in de buik van het schip de motoren zachtjes grommen?
Ik herlas ITHAKA van Kavafis, ik zal je er enkele losse stukjes van laten lezen, de rest moet je maar opzoeken (ik gebruik de vertaling van Hans Warren en Mario Molengraaf uit 1984). Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka wens dat de weg dan lang mag zijn, vol avonturen en ervaringen. De Kyklopen en de Laistrygonen, de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen, hen zul je niet ontmoeten op je weg wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd de emotie die je hart en lijf beroert. De Kyklopen en de Laistrygonen, de woeste Poseidon, je zult hen niet ontmoeten als je ze niet in eigen geest meedraagt, je geest hen niet gestalte voor je geeft. En dan volgen er nog drie strofen, die niet minder mooi zijn. Zie verder het boek met de vertaling van Warren en Molengraaf. Gisteravond at ik aan de rand van Regensburg een Wienerschnitzel met een salade van radijs, wortel en bladblazer. (Dit laatste woord komt tot stand door het gebruik van een automatisch woordenboek, soms laat ik het...
Reacties
Een reactie posten